fraude-info.eu

Daderschap: strafbaarheid van de rechtspersoon

Daderschap

Het strafrecht gaat er van oudsher van uit dat iemand strafbaar is als kan worden vastgesteld dat hij zelf een strafbare handeling verricht heeft (of strafwaardig heeft nagelaten). Met het voortschrijden van de tijd en het ingewikkelder worden van (economische) relaties en verbindingen is het functionele daderschap ontstaan. Iemand wordt dan aangesproken op de verrichtingen van anderen waarvoor hij gezien zijn maatschappelijke positie of functie (strafrechtelijk) aansprakelijk is.

In het verlengde van dit functionele daderschap ligt de in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen strafbaarheid van de rechtspersoon en diens leidinggevende of opdrachtgever. De rechtspersoon kan op grond van deze bepaling worden aangesproken voor handelingen van natuurlijke personen (of andere rechtspersonen) als die handelingen binnen het bereik en de (normale) werkzaamheden van die rechtspersoon vallen. Met andere woorden; kan de rechtspersoon over een bepaalde (met de geldende regelgeving strijdige) werkwijze “beschikken” en heeft de rechtspersoon deze werkwijze “aanvaard” door niet in te grijpen, dan loopt de rechtspersoon een risico op strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Hetzelfde geldt op grond van dit wetsartikel voor opdrachtgevers en (feitelijk) leidinggevers; geven deze leiding aan een de regelgeving overtredende rechtspersoon of is daartoe zelfs uitdrukkelijk opdracht gegeven, dan loopt ook deze natuurlijke persoon in diens hoedanigheid van leidinggevende of opdrachtgever het risico op een strafrechtelijke sanctie.