Sancties

Strafrechtelijke vervolging voor fraude kan gepaard gaan met vergaande sancties. Veelal wordt er een boete opgelegd, maar ook werkstraffen en zelfs gevangenisstraffen (uiteraard alleen voor natuurlijke personen) zijn geen uitzondering. De Wet Economische Delicten (WED) kent ook zogenaamde bijkomende straffen. Zo bestaat de mogelijkheid dat een bedrijf geheel of gedeeltelijk voor een bepaalde periode wordt stilgelegd.
Daarnaast kan het Openbaar Ministerie in een aparte ontnemingprocedure vorderen dat het zogenaamde wederechtelijke voordeel wordt ontnomen. Voorwaarde is wel dat de strafrechter tot een veroordeling is gekomen in de eigenlijke strafzaak en dat er een zekere relatie bestaat tussen het feit waarvoor veroordeeld is en het verkregen voordeel.
Alleen het Openbaar Ministerie kan beslissen tot strafrechtelijke vervolging. De meest verstrekkende vorm van vervolging is het dagvaarden van de verdachte om terecht te staan voor de rechter. De rechter kan de hiervoor genoemde straffen opleggen en beslissen dat wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden terug betaald. Maar er zijn ook andere mogelijkheden. Zo kan het Openbaar Ministerie natuurlijk ook van vervolging afzien (al dan niet onder voorwaarden), het zogenaamde sepot. Tussen het sepot en de dagvaarding in staat de buitengerechtelijk afdoening door middel van een transactie (ook wel schikking genoemd).
In het economische strafrecht, het financiƫle strafrecht en het milieustrafrecht wordt door het Openbaar Ministerie veelvuldig gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot transactie. Dat betekent dat strafrechtelijke vervolging als het ware wordt afgekocht door betaling van een bepaald geldbedrag. Ook kunnen andere voorwaarden worden gesteld, zoals betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel, of vergoeding van veroorzaakte schade.
